(Etterbeek, 1831 - Elsene, 1905)
N.d.
Olie op doek - Legaat Van Cutsem - 1904
Constantin Meunier toont vier mijnwerkers die na hun werkdag bijeenkomen in een cabaret in de Borinage als een momentopname, hun gezicht zwart van het stof en de steenkool. Terwijl hij met oog voor waarheid de zware levensomstandigheden van deze "zwarte gezichten" beschrijft, stelt hij hen sterk en robuust voor, als anonieme helden van het moderne leven.